astrid

Astrid Roemer is overleden. Lieve, prachtige Astrid. Toen ik 16 was stuurde ik mijn eerste gedichten aan haar op. Daarop kreeg ik een briefkaart terug met een uitnodiging om op de koffie te komen. Bij haar thuis in Den Haag vertelde ze dat ze me maar één ding wilde meegeven: ‘Blijf schrijven.’ Ze zei het vijf keer, als een spijker die je steeds dieper in een muur slaat. Die spijker is er nooit meer uit gegaan.

Vele jaren later sprak ik haar in Gent waar ze was neergestreken. Ze had net haar beste boek uitgebracht, wat ik je van harte aanraad om te lezen. Astrid was op de vlucht, haar achtervolgers noemde ze ‘ze’. Er stond een camera op mij gericht, door de deuropening kon ik de belendende kamer in kijken. Daar stond een beeldscherm en daarop zag ik mijzelf. Ons gesprek werd wel een beetje meta zo.

Steeds kwamen we elkaar weer tegen, vorig jaar juni voor het laatst, bij Poetry International in Rotterdam. Astrid dwaalde door de gangen van het theater. Toen ik haar vroeg waar ze naartoe moest, ontkende ze dat ze ergens naar onderweg was.

Volgende
Volgende

miauw