droom
Vanochtend om vijf uur ontwaakte ik uit een vreselijke droom. Ik zat op een steiger met iemand die van mij te horen kreeg dat hij teveel was. Ik zei overigens het tegenovergestelde, namelijk: dat ie er ‘mocht zijn’. Maar tussen de regels door las hij iets anders.
Vanuit het niets wentelde hij zich om, waarna hij een diepte instortte om niet meer boven te komen. Mijn blik vastgeklonken aan een belletjesloos wateroppervlak en toen werd ik wakker.