een grote broederschap
‘Uren lang keek ik in de straat neer op het rusteloos dooreen dwalen der mensen, die slenterden, wandelden, liepen, draafden en allen schenen me gelukkig toe, tevreden met hun lot, bij machte het te verbeteren, niets onbereikbaars verlangend. ’t Was, of zij een grote broederschap vormden, waarvan alle leden elkander kenden, vertrouwden, liefhadden, hielpen en of ik alleen daar niet in opgenomen zou worden.’
Dit schrijft Marcellus Emants in Een nagelaten bekentenis, een ruim 130 jaar geleden verschenen boek dat ik voor het eerst las in 4 havo en zo af en toe weer ter hand neem. Nooit kan ik zomaar een stukje lezen, steeds moet het helemaal uit.
Het van bovenaf bezien van de mensen is voor mij al herkenbaar, maar dat ‘urenlang’ doen helemaal. Alsof je een andere diersoort bestudeert, terwijl je kijkt naar je eigen. Blijkbaar zie je vanuit het raam naar beneden kijkend iets heel anders dan in de spiegel.