furie

Op de Molukkenstraat fietste iemand aan de verkeerde kant van de weg. Ik reed aan de goede. We deden een spelletje wie het laatst zou uitwijken – hij won.

Dat kwam omdat ik de furie in zijn ogen zag. Ik wist: als ik het erop aan laat komen, vallen er doden. Misschien overdreven, maar de furie die ik zag was groot.

Soms heb ik ‘m óók – dan moet je bij wijze van spreken niet in m’n buurt komen. Maar gisteren was ik een rimpelloos meer. Ik week uit en iedereen bleef leven.

Volgende
Volgende

vooruitgang