mijn ding

Zoveel onrust. Hoe onrustig kun je zijn voordat ’t klápt?

Hersenpan in gruzelementen. Geen brein meer over om onrustige gedachten mee te denken.

Gedachtenstroom bevroren, voortaan vroor ’t tussen je oren.

Zoveel onrust tot je ’t niet meer kon verstouwen. Hing je daar in de touwen.

Ik blijf wel overeind staan, dacht je – tot je niet meer overeind stond. Lag je daar op de grond. Op canvas dat geen canvas was, geen boksring. Gewoon je kennissenkring. Je werk-, je lééfomgeving.

‘Ik doe gewoon mijn ding,’ maar je deed niets meer. Niets meer. Niets meer.

Volgende
Volgende

wat het is