overgevoelig
Ik gaf dinsdag een lezing over Het grote autismeboek in Vroomshoop. Ten overstaan van een in groten getale toegestroomd publiek vertelde ik waarom ik me zes jaar geleden op ASS heb laten testen.
Daar waren allerlei redenen voor, een ervan was dat sociale interacties voor mij voelen alsof ik achter een rijdende trein aan ren die nét te hard rijdt om op te springen. En ik wíl er zo graag op springen omdat de mensen in de trein zich heerlijk comfortabel lijken te laten vervoeren, terwijl het mij zoveel inspanning kost om vooruit te komen.
Een andere reden was dat ik extreem gevoelig ben voor dingen. Voor allerlei soorten geluiden en liedjes en riedels en ook voor licht en ook voor kleuren. Ik heb niks om me ertegen te verdedigen, bovendien lijken anderen er niet door te worden aangevallen.
Ook verdraag ik aanrakingen vaak niet, zowel de alledaagse niet als de intiemere. En zeggen mensen mijn leven lang al tegen me dat ik zo gevoelig ben voor dingen. ‘Jij bent echt óvergevoelig,’ zeggen ze dan. Maar overgevoelig is ‘een overdreven lichamelijke of geestelijke reactie op een situatie’ en overdreven betekent: ‘meer dan normaal, meer dan nodig’ en dat komt er dan dus op neer dat ik iets verkeerd doe, terwijl ik juist af wil van de zelfgeseling, dus zocht ik naarstig naar een woord waarmee ik mezelf heel kan houden, in plaats van kapotmaak. En dat woord is er: het begint met ‘au’ en eindigt op ‘tisme’.
En dat woord werd een stuk drijfhout in de oceaan waaraan ik me vast kon klampen om me mee te laten voeren. Nog niet comfortabel, zoals in een trein. Maar vooruit gaat het al wel.