overkomen (4)
Ik wil niet dat er verschil is tussen het beeld dat anderen van mij hebben en mijn zelfbeeld. Want dan zijn er twee werkelijkheden en moet ik twee keer zo hard werken om alles te behappen. Daarom modelleer ik mezelf naar hoe ik word waargenomen.
Als kind was ik bol en noemden mensen me: ‘burgemeestertje’. Vervolgens wérd ik dat burgemeestertje, door mijn rug nog holler te maken en beide handen wijdgespreid op mijn buik te leggen, alsof ik in verwachting was.
Had het gemogen op mijn vijfde, dan had ik er een pijp bij opgestoken.