rigolettohof

Vandaag bij de presentatie van de jubileumeditie van mijn roman Rigolettohof, lees ik onderstaand fragment voor. Het verhaal gaat over opgroeien in een straat in de jaren zeventig en tachtig om de hoek bij een winkelcentrum waar meer dan twintig jaar later, op 9 april 2011, een schietpartij plaatsvindt.

“Dit is een boek waar ik jaren geleden aan begon. Op 16 november 2006 werd ik geïnterviewd door een verslaggever van het AD Groene Hart. De kop was: Mijn volgende boek gaat over deze plek. Die plek was de Ridderhof, ik was gefotografeerd onder de verweerde witte tentconstructie boven de opgang aan mijn kant, die inmiddels is neergehaald. Het foto-onderschrift luidde: ‘Erik Jan Harmens bij zijn favoriete plekje in de Ridderhof.’

In het artikel zeg ik de Jamin te missen, die er toen al niet meer was. Ik zeg ook blij te zijn dat de bibliotheek er nog wel zit, die er inmiddels ook al niet meer is. Met de verslaggever loop ik daarna door de Rigolettohof. ‘Wat eng om hier weer te zijn,’ zeg ik. We lopen langs het nooit overgeschilderde hek. Ik zeg tegen de verslaggever dat het lijkt alsof de tijd heeft stilgestaan, en dat het me inspireert om rond te lopen op de plek waar ik ben opgegroeid. ‘Het is moeilijk uit te leggen hoe het voelt,’ geef ik toe. ‘Ik ga dat proberen in mijn tweede boek. Ik was er eigenlijk nog niet zeker van of dat mijn onderwerp zou worden, maar nu ik hier rondloop weet ik het zeker.’

Dat brabbelde ik, op 16 november 2006, en vierenhalf jaar later was het boek er nóg niet, maar kwam jij aan de andere kant de Ridderhof binnen en beëindigde je levens, beschikte je, en bezoedelde je mijn herinneringen, waardoor ik er niet meer over kon schrijven.

De namen van de slachtoffers noem ik hier niet, maar wel in de beslotenheid van mijn woonkamer. Ik heb ze niet gekend, maar ken wel de plavuizen waar ze op gelopen hebben die dag. Ik ken de trappen die ze op zijn gelopen, enkele minuten voordat jij dat deed. Ik ken de winkels waar ze in of langs zijn gelopen, de ex-witte tentconstructies bij de ingang waar ze onderdoor zijn gegaan.

Het is mijn plek, of ik behoor aan die plek toe. Het is de plek die ik verlaten heb, de plek zelf is gebleven. ‘Ik kom daar vandaan,’ zei ik tegen mensen in de nasleep van de schietpartij. ‘Ik ben opgegroeid náást de Ridderhof,’ preciseerde ik. Dichterbij kon ik niet komen, ik kon niet wegnemen dat ik er al tweeëntwintig jaar niet meer woonde. De slachtoffers woonden hier wel. Zij bleven, tot ze op zomaar een middag verdwenen.

Hun namen kan iedereen op elk gewenst moment van het herdenkingsmonument aflezen. Eerst de ene naam, dan de ander. Eén naam ontbreekt, maar daarmee is hij niet weg; hij staat er alleen niet bij.”

Vorige
Vorige

core business

Volgende
Volgende

route de soleil