tuimelen

Een droom waarin ik een duister gat intuimel. Daarin rondga, rondga, als een tol om zijn as. De schacht heeft scherpe wanden, ik haal mezelf open. Nooit de bodem halen, steeds maar doorrazen. Het ergste vind ik dat ik wil dat ik niet wakker word. Dat ik wil blijven tuimelen, wil blijven rondgaan. Rond en rond als een wiel aan een wagen. Nergens een antwoord op hebben en niemand stelt vragen.

Vorige
Vorige

vijf euro

Volgende
Volgende

alle tijd