wat een beetje mij verpletterde

Gisteren was er weer een Poëzieslag in café Festina Lente op de Looiersgracht in Amsterdam. Dit is een maandelijkse wedstrijd gedichten voordragen en de winnaar krijgt een envelop met inhoud (en die inhoud is: geld), plus een plek in de jaarfinale op zaterdag 20 juni. Mijn zoon Julian was de presentator en dat deed ie subliem, de jury bestond zoals elke maand uit Asha Karami, Mathilde Santing en mij.

Deelnemer Kees Faber gebruikte volgens ons drieën nog iets te veel ‘poëtische woorden’, bijvoorbeeld als hij schreef over een ‘dodenmasker dat welt in zijn gezicht’ of een ‘koor dat verhaalt over angst en verlangen’, maar hij had wel hele mooie, precieze beelden in zijn hemdsmouw meegenomen. Zoals dat van een ‘bedkarkas’ dat op straat staat: ‘recht op de korte kant/als een Christusbeeld verbindt/een zwart metalen kruis de randen’.

Kelvin Voskuijl stond met de rug naar de jury en een deel van het publiek en grossierde nog wat te veel in alliteraties, maar heeft wel ontegenzeglijk een eigen stem, bijvoorbeeld als hij een bord in de openbare ruimte beschrijft. ‘Geen begeleiders meer bij de speeltuin.’ En er daarna op los fantaseert: ‘Kelen werden gegrepen/neuzen werden gebroken/aan het einde van de nacht: woestenij en veel puin.’

(Mijn citaten zullen niet helemaal accuraat zijn, want we moeten als juryleden als gekken meeschrijven, terwijl de dichters maar doorgaan en doorgaan.)

Lydia omschreef een ‘oogverblindend wit licht’ verspreidende ‘aan de horizon hangende ster’, Jantienke Gelderman bracht ‘Synchroon-Asynchroon-Aritmisch-Ritmische’ woordopeenvolgingen die deden denken aan Einstein on the Beach. En dan waren er Bart van de Heisteeg en Kiki Peelen, de twee finalisten.

Bart strooide met beelden over de tijd van visuele overvloed waarin wij leven: ‘Ik weet niet hoeveel afleveringen er nog zijn/maar ik kijk uit naar morgen.’ En nam ook het wapengekletter van vandaag de dag mee: ‘Kernbommen zijn geprobeerd. Het staat een beetje mij te gaan verpletteren.’

Ja, zo zei hij het echt: ‘Het staat een beetje mij te gaan verpletteren.’ En daartegenover stond dan Kiki, die verhaalde over hoe een mens haar moedertaal vergeet: ‘Mijn tong valt in zijn militaire mars.’ Waarna een mannenlijf op het hare ploft: ‘Nu kots ik zijn woorden uit. Mijn woorden vormen geen gedicht. Omdat het de zijne zijn.’

Kiki won. Het was een prachtige avond.

Er zijn dit seizoen nog twee voorrondes van de Poëzieslag, op maandag 6 april en op maandag 4 mei. Plaats van handeling: Looiersgracht 40b, Amsterdam. Aanvang: 19.30 uur stipt (op 4 mei eerbiedigen we natuurlijk de twee minuten stilte om 20 uur).

De finale is op zaterdag 20 juni, aanvang 14 uur. De winnaar van die finale gaat naar de halve finale van het NK Poetry Slam in Utrecht. Wil je dit seizoen nog meedoen? De voorronde van 6 april zit zo goed als vol, voor 4 mei zijn er nog minder dan een handvol plaatsen. Dus geef je snel op, door te mailen naar poezieslagamsterdam[at]gmail.com. Veel dank aan het Amsterdams Fonds voor de Kunst voor de steun.

Volgende
Volgende

de 21,1 van alphen