ik zou je
- ‘Ik zou je willen vragen of je zin hebt om volgende week op visite te komen.’
- ‘Oké, ga je gang.’
- ‘Heb je zin om volgende week op visite te komen?’
- ‘Dat komt helaas niet goed uit.’
- ‘Dan zou ik je willen vragen of het over twee weken wél uitkomt.’
- ‘Oké, ga je gang.’
- ‘Komt het over twee weken uit?’
- ‘Ja, dat komt prima uit.’
- ‘Oké, tot dan.’
- ‘Tot dan!’