lang

Alles vluchtig. Fffffft.

Weg is ’t. Wát? Dat wat was.

Voor een moment lang. Zo kort als een lont.

Pre-, absent. Ge-, ontwend.

Vol en ledig. Aan-, afwezig.

Misschien is de oplossing dat we een korte tijd voortaan lang gaan noemen.

Een seconde een minuut. Een minuut een uur. Zo verlengen we de duur.

Het begint met een woord – de rest volgt als een golf.

‘Wat duurt het … láng.’

Eerst verzinnen, dan herinneren.

Volgende
Volgende

ik zou je